Graaf van Vlaanderen 918.
Opvallend is dat de vestiging van de graven van de pagus Flandrensis nauw samenhangt met de invallen van de Noormannen. De eerste raids van de Vikingen kwamen tot stilstand in 864 toen Boudewijn I reeds twee jaar regeerde. De tweede golf van raids begon in 879 en duurde tot 892, tijdens de regeringsperiode van Boudewijn II, die te Brugge in zijn burcht standhield tegen de Noormannen en na hun vertrek de Vlaamse staat consolideerde. De Vlaamse expansie liet zich eerst, vooral onder Arnulf I de Grote (918-964), in zuidwestelijke richting voelen tot het hertogdom Normandi?; vervolgens (in de 11de eeuw) in oostelijke richting, waar gebieden werden verworven die tot het Duitse Rijk behoorden. Na de dood van Lodewijk de Vrome waren er verscheidene verdelingstraktaten (Verdrag van Verdun, Verdrag van Meerssen) tussen zijn zonen. Ten slotte werd in 925 de Schelde als grens tussen West-Franci? en Neder-Lotharingen (afhankelijk van het Duitse Rijk) erkend. Het oorspronkelijke graafschap Vlaanderen of Kroon-Vlaanderen behoorde tot West-Franci? (het latere Frankrijk), en de gebieden op de rechteroever van de Schelde (o.m. het Land van Aalst [aardrijkskunde]1 en de streek van Bornem) alsmede de Vier Ambachten, die Boudewijn IV in het begin van de 11de eeuw veroverde, tot het Duitse Rijk (Rijks-Vlaanderen). Het graafschap nam actief deel in de economische bloei die sedert ca. 1050 in West-Europa plaatsvond. Dank zij een aantal dynamische abdijen, de actieve politiek van de graven ten overstaan van de stedelijke kernen en de algemene agrarische en commerci?le bloei, ontstond een zeer dynamisch-economische groeipool in West-Europa, vergelijkbaar met de steden in Noord-Itali?. De ontginning van Binnen-Vlaanderen en de landwinning op de zee (de schorren waren eigendom van de graven) na de Duinkerke II-A-transgressie waren belangrijke elementen in deze economische en sociale voorsprong die Vlaanderen had op de rest van het Franse Rijk en de andere gebieden in Neder-Lotharingen. Vlaamse kooplieden waren reeds in het begin van de 11de eeuw actief in Engeland (Londen) en in het Rijnland (Keulen): het was het begin van de actieve handel van door een sterk grafelijk gezag gesteunde steden als Brugge, Gent en Ieper.